De leidinggevende dient zich ervan bewust te zijn van het feit dat al het handelen (of niet handelen) van een ondergeschikte voort komt uit een combinatie van kunnen en willen. Elk van de vier verschillende combinaties vereist een andere aanpak van de leidinggevende om tot het gewenste resultaat te komen. Het herkennen van de situatie, hoe het kan zijn ontstaan en wat de ondergeschikte nodig heeft in elk van de vier situaties om het vereiste resultaat veilig te stellen, is uitermate belangrijk.




